Vijf antwoorden — van Tom van Haren (62), geboren in Amsterdam en getogen in ’t Gooi, operationeel manager bij De EnergieWending
Waarom ik dit doe: Het grootste deel van mijn werkzame leven heb ik in de marketing en communicatie gewerkt, vooral voor grote commerciële bedrijven. Gaandeweg zocht ik meer zingeving en wilde ik minder “lucht verplaatsen”, zoals ik het altijd noem. Daarom ben ik mijn ervaring gaan inzetten voor instellingen in de (gehandicapten)zorg. Van kinds af aan klus ik in huis en maak ik dingen die stuk zijn. Negen jaar geleden heb ik het roer omgegooid en ben ik een klusbedrijfje gestart, zodat ik aan het eind van de dag kon zeggen: “Kijk eens, dát heb ik vandaag gemaakt.” Ik heb ook altijd een hekel gehad aan verspilling, dus energiebesparing, recycling en de circulaire economie hielden me al lang bezig. Bij De EnergieWending komt dat allemaal samen: communicatie, praktisch aanpakken en minder verspillen.
De policy bij EnergieWending is dat iedereen die hier werkt –ook op kantoor!- verplicht een bewonersafspraak per week doet. Dat je met de poten in de klei staat.
Wie mij inspireert: Wendela Troll, onze oprichter en directeur. In 2021 begon zij met een klein bewonersinitiatief in Amsterdam-West, onder de vleugels van Stichting MidWest. Inmiddels zijn we een zelfstandige stichting met een divers team van coaches, fiksers, tolken en buurtcoördinatoren. In de afgelopen jaren hebben we samen ruim 2350 huishoudens gecoacht en gefikst.
Wat mij het meest raakt, is haar volharding. Jarenlang heeft ze bij de gemeente duidelijk gemaakt dat je dit soort werk niet moet overlaten aan commerciële partijen, en dat een subsidieregeling daarom beter past dan een aanbesteding. In 2025 koos de gemeente voor subsidie. Samen met de Fixbrigade, de Groene Hub en Weesp Duurzaam hebben we toen een gezamenlijke aanvraag gedaan, en we wonnen!
De grootste uitdaging: Vertrouwen winnen. De Amsterdammers die het hardst geraakt worden door energiearmoede, zijn het moeilijkst te bereiken. Dat zijn de bewoners met wind tegen: ouderen die rond moeten komen van hun AOW, mensen met een taalachterstand of weinig digitale vaardigheden, en mensen die zich schamen om hulp te vragen. Daar komt wantrouwen bij, door slechte ervaringen met instanties of omdat “gratis” verdacht klinkt. Dus staan we met soep op pleintjes, bij de supermarkt en op buurtfeesten, en werken we met mensen uit de buurt zelf. Achter de voordeur gaat het bovendien zelden alleen over energie. In ruim veertig procent van de woningen troffen we schimmel aan, en vaak spelen er ook schulden of problemen met de verhuurder. We laten pas los als er echt iets veranderd is. Dat vraagt tijd, hetzelfde vertrouwde gezicht en financiering die niet elk jaar opnieuw onzeker is.
Waar ik van droom: Een energietransitie waarin juist de mensen met de kleinste portemonnee er het meest op vooruitgaan. Dat elke Amsterdammer in een warm, gezond en betaalbaar huis woont, zonder schimmel op de muur. En dat wat we hier buurt voor buurt leren, straks in de rest van Nederland wordt gebruikt.
Als ik niet aan het werk ben: In de zomer stap ik met mijn vrouw op de motor, tentje achterop, en touren we door de mooiste gebieden van Europa. Verder ben ik zoveel mogelijk in de natuur: wandelen, hardlopen.




