Input van leden
De EDO is van start met het vaste team. We kunnen nu dus aanvragen voor ondersteuning oppakken. De grote vraag is: waar moet een project en aanvraag aan voldoen om gebruik te kunnen maken van de diensten van de EDO (en de middelen die de EDO daarvoor heeft)? We willen graag input van de leden hierover. Daarom leggen we in dit stuk uit wat onze gedachten zijn en tot welke criteria dit momenteel leidt. Belangrijk om in het achterhoofd te houden: we moeten ook aan de eisen van de gemeente voor onze financiering voldoen en het geld goed besteden. We kunnen de input dus niet altijd 1-op-1 overnemen.
De criteria zullen ook het komende jaar doorontwikkeld worden naarmate we meer leren van de projecten en de gemeenschappen. Daarnaast willen we ook benadrukken dat we altijd samen met de aanvrager zullen kijken wat er mogelijk is. De beoordeling moet niet gezien worden als een bureaucratisch proces waar alleen een harde ja of nee uit komt, maar als een gesprek tussen de EDO en de energiegemeenschap om tot een passende aanvraag te komen.
Dan nu, de dingen waar we naar kijken bij de beoordeling:
Wie ondersteunen we
De eerste vraag is wie de EDO kan ondersteunen. Doel van de EDO is om energiegemeenschappen te ondersteunen, zodat zij een volwassen rol in de energietransitie kunnen spelen. Daarom vragen we voor de ondersteuning dat de aanvraag van een lokale energiegemeenschap komt die bezig is met duurzame energie. In de praktijk betekent dat meestal: een coöperatie met bewoners en kleine ondernemers in Amsterdam als leden, die duurzame energie opwekt of zorgt voor slimmer gebruik van energie.
Onze vraag is:
Zou de EDO ook initiatieven moeten ondersteunen die (nog) geen coöperatie zijn? Waar leggen we dan de grens? En welke rol zouden andere partijen zoals bijvoorbeeld Oranje Energie moeten spelen?
Draagvlak voor het plan
Ons doel is om projecten te ondersteunen waar de buurt of wijk profijt van heeft. Daarom beoordelen we of het project draagvlak heeft bij een grotere groep mensen. Natuurlijk zijn de eisen anders afhankelijk van de fase waarin een gemeenschap en een project zich bevindt. Voor de verkenning denken we dan aan een kopgroep met voldoende leden. Voor de haalbaarheidsfase zou dit gaan om het bereiken van een groter deel van de buurt met bijvoorbeeld bewonersbijeenkomsten of andere participatie.
Onze vraag is:
Hoe zouden we het draagvlak moeten beoordelen in bijvoorbeeld de verkennings- of haalbaarheidsfase? Wat voor activiteiten of indicatoren kunnen we daarvoor gebruiken?
Kansrijkheid
We willen voorkomen dat we schaarse tijd en geld inzetten voor projecten waarvan we van tevoren al kunnen zien dat de kansrijkheid laag is. Bijvoorbeeld omdat er grote juridische obstakels zijn, of omdat het aantoonbaar financieel niet haalbaar is. Tegelijkertijd willen de nieuwe soorten projecten en oplossingen niet afstoppen voordat ze een kans hebben gehad zich te bewijzen. Daarom stellen wij ons als criterium voor: Het project valt af als het aantoonbaar niet haalbaar is.
Onze vraag is:
Is deze manier van de kansrijkheid toetsen voldoende duidelijk en werkbaar voor de gemeenschappen? Zouden er andere manieren zijn om te zorgen dat we niet onnodig tijd en middelen stoppen in niet haalbare projecten?
Voortgang
Een succesvol project kenmerkt zich door aandacht voor alle aspecten van het project. Dus niet alleen bezig zijn met de technische en financiële aspecten, maar ook de organisatorische en participatieve onderwerpen. We helpen energiegemeenschappen hiermee door in de aanvraag te kijken naar de huidige stand van zaken op de werkstromen uit het Buurtwarmteproces (die ook goed passen op projecten die niet met warmte te maken hebben):
– Partners
– Techniek & Business Case
– Organisatie & Financiering
– Bewonersparticipatie
We kijken ook naar de voortgang die in het project gemaakt wordt aan de hand van het plan. Als er werkstromen achterblijven gaan we in gesprek met de energiegemeenschap hoe er voldoende aandacht aan alle werkstromen gegeven kan worden.
Onze vraag is:
Zie je de waarde van toetsen op voortgang op alle aspecten? Wat zouden daarbij belangrijke indicatoren kunnen zijn?
Kennis delen
De EDO heeft ook als opdracht dat kennis effectief gedeeld wordt. Daarom willen we graag van alle projecten waar we een rol in spelen de kennis vrij kunnen delen met andere gemeenschappen. Dan checken we bij een aanvraag of we de kennis vrij kunnen delen, en dat daar geen (onredelijke) beperkingen op gelegd worden.
Onze vraag is:
Zijn er scenario’s te bedenken waarin dit een probleem oplevert? Zouden we als energiegemeenschappen nog meer openheid van bijvoorbeeld ingenieursbureau’s moeten vragen?
‘Nieuw’ project in de verkennings- of haalbaarheidsfase
Onze financiering voor ondersteuning is gericht op projecten in de verkennings- en haalbaarheidsfase. Dus projecten in de ontwikkelingsfase en verder kunnen we niet (zomaar) met de subsidiemiddelen kunnen ondersteunen. Dit roept de vraag op: Stel we ontvangen een nieuwe aanvraag die verbonden is met een bestaand project, bijvoorbeeld energieopslag bij een zonnedak. Is dit dan een nieuw en apart project in de verkennings-/haalbaarheidsfase, of is het eigenlijk onderdeel van het bestaande project?
We kijken hiernaar met de bril van integraliteit en voorzienbaarheid:
– Integraliteit: kan het bestaande project technisch en financieel goed functioneren zonder de toevoeging van het nieuwe project? Ja? Dan is de nieuwe aanvraag niet integraal aan het bestaande project.
– Voorzienbaarheid: had de aanvrager voor het ingaan van de ontwikkelingsfase van het bestaande project kunnen en moeten weten dat de ontwikkeling in de nieuwe aanvraag nodig zou zijn? Ja? Dan was de noodzaak voor de nieuwe aanvraag al geacht bekend te zijn tijdens de verkenning/haalbaarheidsfase van het bestaande project.
We beoordelen het als volgt: als een nieuwe aanvraag zowel integraal als voorzienbaar was, dan hoort het bij het bestaande project dat voorbij de haalbaarheidsfase is. Dat betekent dat we het niet vanuit de subsidiemiddelen kunnen ondersteunen (al kunnen we natuurlijk wel kijken hoe we wel kunnen helpen). In andere gevallen kunnen we het wel ondersteunen vanuit de middelen.
Onze vraag is:
Is dit een eerlijke manier om te beoordelen of een project nieuw is? Levert dit in de praktijk problemen op voor gemeenschappen?
Alvast bedankt voor je input!
Kom in contact met de EDO
Denk je aan een project waarvoor je dienstverlening van de EDO zou willen inschakelen? Heb je een vraag? Neem vooral contact op via edo@apec.amsterdam







